IMHO besteden de gamedesign opleidingen in Nederland te weinig aandacht aan wiskunde. Ik heb het niet over gameART dat is een andere tak van sport (al kan ik me ook daarin wel raakvlakken met de wiskunde voorstellen). Misschien is het omdat we zo verwend zijn met vele game-engines waarin vele librairies vele wiskundige functies voor ons voorkauwen. Maar toch, als je dan iets nieuws wilt ontwerpen, wat niet standaard in Unity, de Unreal Engine of van mijn part Gamemaker zit dan kom je zonder wiskunde niet ver. Julia Detar, een videgamedesigner van Arkadium laat in onderstaande video zien hoe vaak ze bij het bedenken van hun games wiskunde nodig hebben.
(zie ook: http://www.thirteen.org/get-the-math/the-challenges/math-in-gaming/introduction/16/)
Ik heb (nog steeds) veel voordeel van zowel mijn wiskunde B als wiskunde A (ik heb beide vakken destijds gekozen) en ook van de wiskunde die ik later op de universiteit kreeg. Het is soms lastig om te zien waarvoor je al die formules nodig hebt, maar hier zie je nog een paar voorbeelden van wiskundige toepassingen in games. Het punt is: als je echt de next-gen game wilt maken dan kom je er niet zonder dat je de ‘taal van de machine’ spreekt. En computers zijn nu eenmaal wiskundige apparaten. Voor de ontwikkeling van simulaties, interactive storytelling en AI is wiskunde nog veel belangrijker.
Zonder lineair programmeren geen strategy games, zonder vectoren geen pathfinding, zonder differentiëren geen valversnelling en dus geen platformers, zonder matrixrekenen geen 3D en zonder kansrekenen vrijwel geen enkele game. Kansrekenen zit niet alleen in pokergames en andere kaartspelletjes, maar in vrijwel elke game met een puzzelelement. Je hebt het bijvoorbeeld nodig om de moeilijkheidsgraad in te stellen (moeilijkheidsgraad = het aantal goede oplossingen / het totaal aantal oplossingen). Maar ook in shooters en strategy games zit kansrekenen: om je level te ontwerpen als je bijvoorbeeld je ‘vijanden’ door de computer op bepaalde plaatsen wilt laten zetten, zonder dat het level te makkelijk wordt of juist blokkerend wordt. Een bijkomend voordeel van kennis van kansrekenen is dat je als naar een online casino gaat of black-jack gaat spelen dat je precies weet wat de verwachtingswaarde is van je gokactiviteiten: hoeveel je gaat verliezen.

Luck, Logic, and White Lies: The Mathematics of Games
Gamedesigners maken een model van een gamewereld. En als we het over intelligent tegenspel of over het spel in balans houden, over de ‘economie’ van de game hebben en over het opstellen van ‘oplosbare maar steeds moeilijker wordende puzzels’ dan is daar wiskunde voor nodig. Ja je kunt het overlaten aan een getalenteerde programmeur, maar wees reëel : wat is jouw toegevoegde waarde dan als gamedesigner aan het team? (en zoveel werk is er al niet voor gamedesigners).
Het punt van wiskunde leren is dat je op het juiste niveau moet beginnen en dat je stap voor stap het moet leren. Als je naar een formule kijkt als deze:
.
(bron: wikipedia)
Dan denken de meeste mensen waarschijnlijk zoiets als…”laat maar zitten”. Dat wil niet zeggen dat je het niet zou kunnen, maar dat er waarschijnlijk nog wat ontwikkelingsstappen tussenzitten. Je kan ook niet in een keer Russisch, als je russische teksten te zien krijgt.
Scholen werken helaas niet altijd mee. Ik herinner me een leraar die -vooral meisjes- subtiel ‘pestte’ dat bij hen het beetje zelfvertrouwen dat je nodig hebt om iets te leren snel weg was. Of die eeuwige ouderwetse leerstijlen waar veel docenten niet van loskomen. Dat moet toch anders kunnen? En dan zijn er steeds meer scholen waar er überhaupt niet genoeg (bevoegde) docenten meer zijn voor wiskundeonderwijs…maar geen nood: ik had ooit een stagiair (van een MBO opleiding) die in de avonduren wiskundevakken volgde aan de Open Universiteit.
Ik krijg regelmatig de vraag: welk vakkenpakket als ik gamedesigner wil worden en welke studie? Het antwoord: wiskunde, wiskunde en nog meer wiskunde. Nou ja natuurkunde kan ook, zit veel wiskunde in en je leert modellen maken van de realiteit: het is net gamedesign . Het is jammer dat ergens in onze geschiedenis de kunsten en de wetenschap uit elkaar gegaan zijn. Gamedesigners zijn net een soort Leonardo da Vinci’s: mooi design en techniek gecombineerd.
Ik herinner me nog de eerste Macintosh die mijn vader geleend had van de buurman om een boek op te schrijven. Sindsdien was en is het voor mij alleen nog maar Apple geweest. Apple computers waren zo fijn om mee te werken dat een marketingbureau begin jaren 90, toen Apple op sterven na dood was, tot de conclusie kwam dat Apple gebruikers niet over te halen waren om over te stappen naar de PC (of de “dark side” zoals ik en mijn mac vrienden dat noemden). Misschien ook wel een beetje religieus was het, want ik weet nog de halleluja sensatie als Steve het podium opkroop en ons ging uitleggen dat een 800 Mhz PowerPC toch echt veel sneller was dan een 2 Ghz intel PC. We geloofden het natuurlijk (maar half), maar het was het laatste bastion tegen die dark side die de ICT wereld zo lelijk had gemaakt destijds. Nu loopt iedereen met een Apple (iphone, ipod, mac, ipad) maar toen waren we nog vreemde eenden die vooral vonden dat we, met hoe weinig we nog waren, erg gelijk hadden. Als ik toen geweten had, hoe ontzettend gelijk Steve had (niet zozeer met zijn Mhz verhaal, maar wel met Apple als geheel), had ik aandelen gekocht en had ik nooit meer hoeven werken. Maar het geeft niet, ik heb enorm genoten van Apple’s elegante producten en doe het nog steeds. Wat zal ik de keynotes van Steve missen.
Dat is toch de droom van elke internet-ondernemer. Die ene website van jou blijkt een fortuin waard! En dan liefst miljonair voor je dertigste, dus ik ben wat aan de late kant….
Maar het is mij ook gelukt! Want mijn gamesmaken.startpagina.nl blijkt maar liefst 3,71 miljoen euro waard te zijn !
(Mocht je de website willen kopen, stuur me dan een berichtje met je bod ;-))
Wie kan zich niet die ene goede docent herinneren die jou uitlegde hoe die wiskunde som toch best makkelijk op te lossen was. Of die leraar die je hielp met dat struikelblok (wat je al jaren dacht te hebben) zoals spelling, dingen onthouden, (nogmaals) wiskunde, die vreemde taal. En wie herinnert zich niet die slechte (eh…middelmatige) docent die jouw beetje talent volledig om zeep hielp. Zo had ik een leraar die week in-week uit elke les Duits een uur lang ubungstmeister ging doen. Een uur lang naamval-invul-oefeningen en dan klassikaal! U begrijpt: es komt nimmer mehr gut mit Deutsch und mich (mir?).
Toch zonde, want al was Duits niet ‘hip’ op de middelbare school, nu zou ik er veel geld mee kunnen verdienen bijvoorbeeld door mijn trainingen in Duitsland te kunnen geven. Ik heb geluk gehad, de hoeveelheid middelmatige leraren viel mee en ik had ook het geluk van hele goede leraren te hebben. Mensen die me tot op de dag van vandaag inspireerden. Vaak ook trouwens goede docenten muziek of martial arts of hele andere disciplines die je niet op een middelbare school of universiteit tegenkomt.
Onderzoekers hebben becijferd wat de waarde is van goede docenten voor de maatschappij. Dat is nogal wat: 400.000 dollar per jaar per goede docent. Tijd om de salarissen van docenten eens echt op te krikken. Veel goede mensen zijn de afgelopen 20 jaar uit het onderwijs vertrokken omdat ze elders meer verdienen (en dus meer status kregen). Stel dat we besluiten de salarissen van docenten te verdubbelen (dan wel gekoppeld aan kwaliteitseisen, en dan niet van die onzinnige anglo-saxische kentallen, maar reële kwaliteitseisen aan een docent), dan is dat nog een FRACTIE van de opbrengsten. Veel meer dan wat -zeg een bankdirecteur – de maatschappij oplevert. Het is echt krankzinnig. Ik geef wel eens les op een HBO of Universiteit, maar voor mij geldt dat ik daar 1/3 tot 1/5 per uur betaald krijg in vergelijk met ander werk dat ik doe. Het blijft dus een leuke hobby, dat lesgeven en dat zou niet zo moeten zijn.
Zie ook: http://www.nrc.nl/nieuws/2010/12/22/goede-docent-is-jaarlijks-400-000-dollar-waard/
Heel lang geleden had ik het voornemen om al mijn gloeilampen te vervangen door spaarlampen en ledlampen. Het bleek iets lastiger dan ik toen dacht maar vandaag heb ik mijn laatste gloeilamp vervangen door een dimbare spaarlamp van Megaman. Nou ja, 1 setje IKEA spotjes kan ik nog niet door leds vervangen, omdat IKEA zo zijn eigen maatvoering heeft. Maar op die ene lamp na… (en ik verwacht dat IKEA ook snel met een groener alternatief komt voor dit spotje, want IKEA heeft zijn strategie vergroend en is systematisch zijn assortiment aan het verduurzamen, dus dat komt wel goed). Inmiddels zijn er een hoop alternatieven voor gloeilampen op de markt en niet meer alleen voor de gewone grote en kleine fitting, maar ook voor insteekfittingen (G4, G11 e.a.), voor dimbare lampen, voor spiegelkoplampen. Eigenlijk voor bijna alle maten en soorten is er nu wel een LED en/of spaarlamp variant.

Deze G4 led lamp paste mooi in een spotje van me en bracht het ernergiegebruik van 10 Watt terug naar 1,3 Watt (klik op het plaatje als je wilt weten waar ik hem kocht).
Als je zoekt op het web vindt je een hoop aanbieders van ledlampen. Conrad heeft een uitgebreid assortiment, maar is ook wat lastig te doorzoeken. Eigenlijk kan je het beste naar een goede lampenwinkel, doe het zelf of elektronicawinkel gaan zodat je de lampjes ook kunt bekijken. Je moet namelijk wel letten op de kleur (warmwhite ipv ‘blauw’ wit) en ook op de sterkte. Sommige LED lampen zijn net iets te zwak in hun lichtsterkte. Een winkel waar je kunt ruilen is het beste natuurlijk.
Beter dan sparen, zelfs beter dan beleggen
Afhankelijk van hoeveel uur per dag een lamp gemiddeld brandt, bespaar je zo’n 10-15 euro per jaar per lamp. Alhoewel led lampen duurder zijn dan spaarlampen, zijn ze toch meestal voordeliger, omdat ze veel langer meegaan dan spaarlampen. Stel dat je 100-200 euro uitgeeft om je gloeilampen te vervangen, je hebt dat binnen 2 jaar terugverdiend. Dat rendement haal je niet op geen enkele spaarrekening, zelfs niet met een beleggingsfonds. Mede door het uitbannen van alle gloeilampen was afgelopen jaar mijn electiciteitsverbruik maar 900 kWh, terwijl mijn wasmachine toch vaak draait omdat ik kleine kinderen heb. Gemiddeld voor een Nederlands gezin is het verbuik 3400 kWh. Ander resultaat was dat ik 500 euro terugkreeg van mijn energieleverancier. Prettig toch!
Dus
Het driestappenplan om je energieverbruik drastisch omlaag te brengen (en dus je milieuvervuiling en kosten) ZONDER echte moeite of aanpassing van je ‘lifestyle’ is:
1. Vervang al je gloeilampen voor ledlampen en spaarlampen. (alleen de lampjes die bijna nooit aangaan zoals in je gangkast en die op de zolderberging kan je gerust gloeilamp laten zijn).
2. Stap over een echte groene energieleverancier. Niet alle groene stroom is even ‘groen’. Heel goed als je groene stroom afneemt van bijvoorbeeld NUON, maar dat bedrijf is daarnaast gewoon bezig met het bouwen van kolencentrales, dus tja..ik wil mijn geld niet naar zo’n bedrijf brengen. Een goed bewijs of je groene leverancier echt groen is, is het milieukeurmerk. Er zijn eigenlijk maar 2 leveranciers die er aan voldoen op dit moment: Windunie en Greenchoice.
3. Stap over naar een groene bank: ASN bank of Triodos . Misschien is dit wel de meest effectieve actie uit de top 3. Ik heb dit gedaan en de overstapservice van banken maakt dit heel gemakkelijk.
Simpel toch?
EDIT: er is nu ook een stap 4: je eigen zonnepanelen, die net zo goedkoop stroom leveren als je stopcontact: lees er hier meer over. Jammer dat ik niet genoeg ruimte op mijn dak heb (ik woon in een flat).
Ik moet een jaar of twaalf geweest zijn, of misschien nog iets jonger of ouder, toen ik een potje Monopoly speelde met mijn 5 jaar oudere neef. Het was zo dat ik aan het winnen was en op een gegeven moment had ik het grootste deel van alle straten in handen, al dan niet met huizen en hotels.
Inventief
Het duurde niet lang of mijn neef kwam op een van mijn hotels en kon de rekening niet betalen. Maar inventief als hij was, vroeg hij of hij een lening bij me kon afsluiten. Dat kon! Ik maakte een papiertje waarop we schreven hoeveel gulden (we deden nog de oude versie) hij me schuldig was. Niet dat hij er wat mee opschoot, want hij kon niet investeren in zijn eigen paar overgebleven straatjes.
Schuldbewijs
Dit ging een paar rondes zo verder en de hoeveelheid schuld van mijn neef aan mij liep aardig op. Tot ik opeens uitriep:”wanneer is dit spelletje nu eigenlijk afgelopen?” Mijn neef schoot in de lach en ik begreep zijn ‘bedrog’. Wat je allemaal niet kunt leren van een spel!
Hoe het afliep
Het verhaal van de schuld van mijn neef heeft twee eindes. Uiteraard kregen we een enorme ruzie over zijn schuld die hij niet aan mij kon aflossen. In het eerste scenario was ik de sterkste en dwong ik hem om mij terug te betalen. Ik stuurde wat ‘brede’ jongens op hem af en sindsdien doet hij bij mij de afwas, krijg ik 70% van zijn inkomen en moeten ook zijn kinderen bij mij de auto wassen. Nog een jaar of 10 en dan is hij van zijn schuld af, alhoewel hij natuurlijk ook rente moet betalen, dus het kan best nog een paar jaar langer duren.
In het tweede scenario was hij sterker dan ik en alhoewel ik natuurlijk recht had op mijn geld (als hardwerkende Nederlander), kreeg ik het gewoon niet. Ik rekende op mijn spaargeld, beleggingen en pensioen, maar omdat dat allemaal leningen waren aan hem, bleek ik niets te bezitten. Ik ging zelf ook failliet en moest zelfs in een doos op straat gaan wonen…
Wist u trouwens dat de gemiddelde schuld van een Amerikaan ongeveer een half miljoen dollar bedraagt (de schulden van de overheid gedeeld door alle inwoners). Overigens doen andere westerse landen het met hun schulden niet veel beter. Een westers land dat een beetje meedeed met de schuldcreatie, heeft een schuld van meer dan 5 maal zijn bruto nationaal inkomen (de Grieken, Amerikanen en anderen zelfs 8 maal. Ook Engeland, Ierland, Spanje, Portugal en nog een hele rij kunnen er wat van). Met andere woorden een land moet vijf tot acht jaar lang werken en al het verdiende geld terugbetalen voordat de schulden weer vereffend zijn. Net zoals mijn neef zijn de overheden al jaren ongedekte schuldbewijzen aan het uitgeven…aan wie? Aan uw pensioenfonds bijvoorbeeld.
Je moet er snel bij zijn als je nog een eerste druk wilt van het boek “De mooiste tijd van je leven” . Ik twitterde het al een paar weken geleden (mijn twitteraccount: http://twitter.com/wtrbrs) en nu zijn het inderdaad nog de laatste stapels voordat (hopelijk) de tweede druk gedaan wordt.
Het boek is in veel media beschreven, en op de site bij het boek is er een mooi overzicht van gemaakt. Het is wel weer ontnuchterend hoe sommige pers omgaat met feiten, zo las ik -in notabene de kwaliteitskrant NRC- dat mijn vriendin een keizersnee had bij de bevalling van onze zoon. Gelijk maar even gebeld, want ik had daar niets van gemerkt bij de bevalling. Zij ook niet, we konden ook geen litteken ontdekken. Maar deze kleine uitglijder daargelaten fijn dat het boek zoveel aandacht krijgt.
(De volgende keer schrijf ik weer over gamedesign, beloofd !)
In ‘mijn’ tijd waren er een paar leraren die ‘tegen’ rekenmachines waren. Zelf beheersten ze het hoofdrekenen als geen ander en voor een logaritme of iets dergelijks pakten ze gewoon even de rekenlineaal. Elke technologische vernieuwing roept weer die vraag op, moeten we nu wel of niet? Want als we zelf niet meer leren spellen en vertrouwen op de spellingscontrole van Word, wat verliezen we dan? Is het erg dat wij niet meer zo goed konden hoofdrekenen als onze leraren? Is het erg dat de huidige generatie studenten niet meer kan spellen zonder Word? (laat ik daar gelijk mijn mening over geven, ik vind het erg, maar ik vind het vooral erg dat studenten geen fatsoenlijke brief meer kunnen schrijven, dat is lastig bij het vinden van een goeie stageplek of later een baan).
Hoe dan ook, docenten moeten door. Wat zijn IMHO de ICT tools die docenten nu zouden moeten beheersen? (powerpoint en word zijn zo jaren 2000!!):
- Moodle: Moodle is een open source systeem waarmee je (redelijk) gemakelijk je eigen lessen online kunt maken. Het voordeel van Moodle is dat het gratis is, maar het nadeel is dat het zoals wel meer open source producten niet altijd even goed ontworpen is vanuit het oogpunt van de gebruikersinterface. Maar met een paar boekjes en wat online tutorials beheers je het zo.
- In Moodle (of een andere elo) kan je lessen maken met allerlei ‘lessenbouw software pakketten’. Want je elo vullen met alleen maar plaatjes, dat is natuurlijk veel te unomediaal. Kennisnet heeft een handig overzicht, ik heb zelf nog geen voorkeur, maar hoor graag jullie ervaringen.
- HTML: ja je moet als docent (IMHO) in staat zijn zelf een eenvoudige website te maken. Ook voor het vullen van een elo, heb je vaak een paar basiscodes HTML nodig (een link maken, een tabel uitlijnen, en dergelijke)
- Video editor: zelf voor de klas staan, kan natuurlijk alleen nog bij hoge uitzondering, veel beter om te werken met interessante video’s waarin je laat zien hoe iets werkt of is of was. Softwarepakketten: Imovie, Moviemaker, KinoDV. Een groot respect voor de wiskunde docent die al zijn uitleg heeft opgenomen en online gezet (lees de voorlaatste Vives hierover).
- Open Office: ik vind dat het onderwijs veel te veel plakt aan Microsoft. Door onze kids al te laten werken met MS, begint de verslaving. We willen wel van Microsoft af, maar we kunnen het niet, want we zijn er zo aan gewend. Het is helemaal geen fijne software, maar ja we weten niet beter en overgaan naar een ander pakket is zo lastig. Er is geen enkele reden om geen open source tekstverwerker te gebruiken op scholen, en als de volgende generatie dan bij de overheid en gemeentes komt te werken, willen ze wel weg van die dure monopolist die onze maatschappij miljarden per jaar kost.
- Linux: doorgaan op het vorige punt zouden scholen eens serieus moeten kijken naar Ubuntu. Veel goedkoper en je kan er ook nog heel veel energie mee besparen ten opzichte van Windows, omdat je een enkele computer kunt delen met meerdere gebruikers. Goed voor het milieu!
Dan de lijst van dingen die moderne docenten eigenlijk ook zouden moeten beheersen, maar niet per se (NB. ik heb het over alle docenten niet alleen ICT docenten):
- Fotobewerken en digitaal schetsen (om je lessen multimedialer te laten zijn)
- Gamemaker (om je eigen serious game of simulatie te bouwen of om met gamemaker in de klas aan de gang te gaan). Een ander gamepakket mag ook: Alice 3d, Unity
- Diverse educatieve games en/of simulaties op je eigen vakgebied
- Een scripttaal zoals Javascript, Actionscript, GML, PHP. Heel veel jongeren beheersen dat namelijk ook dus kan je als docent niet achterblijven. En je kan niet zonder als je je interactieve les wilt maken.
- Projectmatig werken. Iets leren is niet meer een solistisch lineair vaststaande inhoud, maar een groepsproces, waarin creativiteit centraal staat. Dan moet je weten hoe je dat aanpakt.
Ah ja, ik draaf natuurlijk een beetje door (daarvoor is het een blog), denkt u. Maar er is zoveel mogelijk met ICT om het leren interessant(er) te maken en de leerlingen zijn daar al. Denk aan Powerpoint. 15 jaar geleden was het nog een noviteit, nu kan bijna geen enkele leraar meer zonder. Yes we must!
Deze post is geschreven in het kader van de blog action day over klimaatverandering. In deze post stelde ik dat het tegengaan van klimaatverandering veel verder gaat dan een aantal tips om je CO2 uitstoot een beetje te trimmen. Maar het begint natuurlijk wel bij het laaghangend fruit en ik zie op de scholen en instellingen waar ik kom nogal wat laaghangend fruit. Ik beperk me even tot de computerzalen en computerlokalen, mijn blog gaat immers over onderwijs en ICT:
Electriciteitsmonsters
PC’s zijn echte energievreters. Een PC gebruikt al snel 80 Watt (vaak nog meer) en een beeldscherm erbij ook nog eens 60 Watt, maar systemen van 400 Watt komen ook voor! Gelukkig worden nieuwe computers steeds energiezuiniger, maar dan nog gebruiken ze veel elektriciteit. Punt daarbij is dat de computers op scholen de meeste tijd niets staan te doen. Soms zijn ze zo ingesteld dat ze na een paar minuten in ‘slaapstand’ gaan, maar vaak blijven ze dan nog steeds veel stroom gebruiken. Iets minder dan in actieve stand maar vaak nog wel een wattje of 10-140 (!!!). De stroom die computers en monitoren gebruiken wordt omgezet in warmte en die moet ook nog eens weggekoeld worden door de airco, wat nog eens een berg energie kost. Even voor je beeld een computersysteem dat 200 Watt gebruikt stoot elke 5 uur ongeveer 700 gram CO2 uit, iets meer dan een kilo per dag!
Wat kan je als school daaraan doen:
1. Stel de PC’s en de monitoren zo in dat ze in slaapstand gaan bij niet gebruik, maar als dit langer is dan zeg 10 minuten, schakel dan de boel helemaal uit.Het is belachelijk, maar veel monitoren gebruiken in slaapstand nog steeds 20-30 Watt, dat is toch een stuk of 5 spaarlampen wat mensen dan elke nacht laten branden, omdat ze er niet aan denken de knop in te drukken en de boel uit te schakelen.
2. Schakel sofware in die alle PC’s in het computernetwerk in een computerlokaal in een keer uitzet. Dit voorkomt dat de machines maar aan blijven staan als mensen klaar zijn met de les of nachten lang aan blijven.
3. Geef richtlijnen aan de computerdocenten en beheerders over het toepassen van punt 1 en punt 2. Zo geef je ook het goede voorbeeld aan leerlingen en studenten.
4.Beperk het aantal PC’s. In de nieuwe bibliotheek van Amsterdam staan een stuk of 200 PC’s en Imac’s. Harstikke mooi natuurlijk (vooral de Apples) maar eigenlijk echt niet nodig. De meeste PC’s worden alleen gebruikt voor een beetje surfen en tekstverwerking (en dergelijke). De huidige PC’s zijn veel te krachtig voor zulke taken en wat je kan doen is meerdere gebruikers laten werken op 1 PC. Je sluit dan 4 monitoren en vier toetsenborden aan op 1 machine en iedereen heeft zijn eigen stukje op de machine (virtualisatie). Je merkt er als gebruiker niets van. Gevolg: de hoeveelheid benodigde elektriciteit daalt met 75% en ook je aanschafkosten dalen met 75%! Als de openbare bibliotheek dat gedaan had met 100 machines, dan zou dat een besparing opgeleverd hebben van 75 maal 1000 euro aanschafkosten = 75.000 euro en een stroombesparing van 10 uur per dag maal 150 watt maal 75 machines = 112kWu per dag. Levert een kosten besparing op van 25 euro per dag, oftwel 7500 euro per jaar. Kan je toch een leuk feestje van organiseren. Ik verwacht trouwens dat de electriciteitsprijzen de komende jaren minstens zullen verdrievoudigen en dan worden deze bedragen nog veel hoger. U mag zelf de rekensom maken.
5. De serverruimte. In de serverruimte staan een hoop machines op een kluitje en die produceren een hoop warmte. Vroeger dacht men dat die ruimtes heel koel moesten zijn omdat de computers anders stuk zouden gaan. Dat is helemaal niet waar. De computers kunnen prima tegen een graadje of dertig (of zelfs hoger). Geen enkel probleem. Dus zet die koeling uit. Of beter nog, kijk of je die warmte kunt gebruiken. Zoals bij kassen in Noordholland.
6. Koop voortaan nog uitsluitend energiezuinige apparatuur (PC’s, monitoren, printers, beamer, etc.) . Let er op bij de aanschaf en vraag er expliciet naar bij u leveranciers. Dit is een kleine moeite maar het levert een jarenlange besparing op. Bovendien zet het de producenten van dit soort machines aan het werk om nog zuiniger apparatuur te ontwikkelen.
7. Hang een energiespiegel op die docenten en scholieren bewust maakt van hun energiegebruik. En dat het energiegebruik gewoon doorgaat, terwijl zij niet in de klas zitten als ze de boel aan laten staan.
Deze bijdrage is geschreven in het kader van de Blog Action Day 2009 over klimaatverandering: 
In de documuntaire Inconvenient Truth merkt Al Gore op dat de klimaatcrisis vooral een spirituele crisis is. Of dat waar is, dat kan ik niet beoordelen, maar het probleem gaat inderdaad veel verder dan een technologisch-economisch probleem. Het gaat veel dieper dan een paar spaarlampen en hybride auto’s. Laten we zeggen dat het op zijn minst ook een cultureel probleem is. De huidige (westerse) cultuur van meer, vaker en sneller.
We willen best wel een paar spaalampen indraaien, of zelfs een prius gaan rijden in plaats van een SUV, ook een dagje geen vlees willen de meeste wel doen, maar het moet ‘niet te gek worden’. Het beeld dat we zouden moeten leven zonder auto, zonder vliegvakanties, 1 x vlees per week in plaats van elke dag en met zijn vieren op 100 vierkante meter in plaats van elke jup zijn eigen appartement doet ons huiveren. Dat is terug in de tijd, dat is hoe onze ouders en grootouders leefden.
Maar hoe erg zou een soberder levensstijl zijn? Dat onderzoekt Tom Hodginkson in zijn boek “leve de vrijheid” . Hij kijkt daarbij vooral naar hoe mensen de afgelopen eeuwen leefden, vanaf de middeleeuwen. Met name na de reformatie en de industrialisatie is het misgegaan. De cultuur is steeds individueler geworden, het idee van controle toegenomen. We hebben geen god meer nodig en ook elkaar hebben we eigenlijk niet meer nodig.
En doelmatigheid. De mens is steeds meer een productiemiddel geworden met als beloning een stroom van consumptiegoederen. Vergeet niet dat Henry Ford zijn arbeiders niet aan het werk kreeg, totdat hij ze beloofde dat ze ook konden ‘sparen’ voor hun eigen T-ford. Daarbij moesten de vrouwen wel de fabriek uit en thuis zitten, zorgen voor man en de volgende generatie Ford-werknemers . Een ander gevolg was dat in Zuid-Amerika de indianen uitgemoord werden en van hun dorpen verdreven omdat de rubber uit hun bomen nodig was voor de massaproductie van de banden van T-Fords.
De huidige economie is niet duurzaam, het kan ook niet lang meer zo verder gaan. Maar het is ook voor ons (rijke) westerlingen die meer van de voordelen genieten dan mensen in andere delen van de wereld niet leuk. De stress, de verplichtte leefschema’s en de pseudo-ervaringen eisen hun tol. Mensen roepen wel dat ze hun baan leuk vinden, maar na een paar borrels – als de meesten eerlijker worden – geven ze toe dat ze hun baan haten. Waarom zou er zo veel weerstand zijn tegen het doorwerken tot 67 als mensen hun werk ‘zo leuk’ zouden vinden? De in Nederland jaarlijks verkochte hoeveelheid maagtabletten tegen stress en pillen tegen depressie zijn ook een indicatie dat er ergens iets niet klopt.
Stress en haast, zelfs als je een vriend wilt zien moet je een afspraak maken voor over twee weken. We zijn rijk, maar we leven ook in een mechanische cultuur gericht op productie en prestatie. Vastgeklonken door hoop op een carrière of de last van een (hypotheek-)schuld. Gek toch, als je bedenkt dat een horige uit de middeleeuwen – aldus Tom Hodgkinson – maar 1 dag per week hoefde te werken voor zijn heer en de rest van de tijd vrij had voor zichzelf, zijn familie en zijn dorpsgenoten. Zo staat het boek ‘leve de vrijheid’ vol met voorbeelden hoe we ooit (en nog niet zo lang geleden) anders leefden, toen we nog niet zo geobsedeerd waren door controle, hygiëne en ons individu. En vooral anders dachten over zaken. Teruggrijpend op ons verleden komt Hodgkinson met een aantal tips en aanbevelingen variërend van het beginnen met een volkstuin tot en met tips om schuldenvrij te leven of uit de greep te blijven van de grote bedrijven en overheidsinstellingen en hun zucht naar informatie over jou. En andere denkbeelden: is die (vlieg-) vakantie nou echt zo leuk? Waarom gereformeerde mensen meer last hebben van perfectiedrang dan katholieken (of boedhisten)? Waarom samen veel leuker is dan alles alleen? Dat theedrinken toch echt veel beter is dan koffiedrinken. Tot en met de voordelen van een (niet al te grote) oliecrisis.
Je moet een soepele geest bezitten om het boek te waarderen, soms draaft Hodgkinson door en zijn toon is zonder meer die van een predikant (maar daar hou ik wel van als ik het met iemand eens kan zijn). Hij geeft wel een ander perspectief, dat het misschien niet zo erg is om minder rijk te zijn of geen auto meer te hebben. Een ander perspectief op die andere economie die binnenkort onvermijdbaar zal zijn voor ons allen. En dat gaat verder dan spaarlampen!