Mijn zoon van 6 speelt Heroes of Might and Magic. Eigenlijk een game voor 12+
Zie hieronder de trailer van deze game:
Niet echt een trailer geschikt voor (kleine) kinderen toch? Belt u al met de kinderbescherming?
Hoe zit het met de game zelf? Nou de gameplay is kort gezegd als volgt: om de beurt mag je als speler een ‘move’ doen. Dat wil zeggen, lopen, verdedigen of een ander mannetje van de vijand aanvallen. Feitelijk lijkt het op het battelen van Pokemon. In het volgende filmpje zie je hoe het er bijvoorbeeld uitziet als je het spel aan het spelen bent:
Al spelende gaat mijn zoon er helemaal in op. Zijn fantasie komt helemaal tot leven en na het gamen wordt het nog eens dunnetjes overgedaan met zijn Playmobil of Lego Ridders of met vriendjes op het schoolplein (“en dan was jij een draak en dan deed ik een toverspreuk waardoor jij niet meer kon lopen”).
Verantwoorde games
Als bezorgde ouder laat ik mijn zoon natuurlijk ook graag verantwoorde games spelen, games die speciaal voor zijn leeftijd zijn gemaakt en het liefste waar hij wat van leert. Een voorbeeld van zo’n educatieve game is ArithmeTick (o.a. voor de Iphone). Doel van deze en andere rekengames is het leren hoofdrekenen. Hieronder een screenshot:

Stress door gamen
Nou merkte ik iets gek op. Als Heroes of Might & Magic gespeeld wordt gaat dat (meestal) vrij harmonieus maar als de -voor zesjarige speciaal gemaakte- rekengame gespeeld wordt, slaat de frustratie en stress enorm toe! Niet omdat mijn jongen rekenen saai of vervelend vindt, het liefste is hij de hele tijd met mij rekenoefeningen aan het doen (“pap weet je nog een sommetje voor me?”). Maar om een hele andere reden: de tijdbalk. De rekengame is, waarschijnlijk om het spannender te maken, zoals we leren in alle boeken over gamedesign, voorzien van een tijdfactor. Je moet niet alleen de som goed hebben maar ook zo snel mogelijk. Bij Heroes daar en tegen heb je alle tijd, het is immers turn based. Gevolg: de educatieve rekengame leidt tot een hoop agressie en de game vol gevechten met monsters en draken leidt tot een hoop rust. De plaatjes van een game zeggen dus niet zoveel over wat een game doet met een speler. Tijd voor een herkeuring van de leeftijdskeuring van games, lijkt me.
Wie kan zich niet die ene goede docent herinneren die jou uitlegde hoe die wiskunde som toch best makkelijk op te lossen was. Of die leraar die je hielp met dat struikelblok (wat je al jaren dacht te hebben) zoals spelling, dingen onthouden, (nogmaals) wiskunde, die vreemde taal. En wie herinnert zich niet die slechte (eh…middelmatige) docent die jouw beetje talent volledig om zeep hielp. Zo had ik een leraar die week in-week uit elke les Duits een uur lang ubungstmeister ging doen. Een uur lang naamval-invul-oefeningen en dan klassikaal! U begrijpt: es komt nimmer mehr gut mit Deutsch und mich (mir?).
Toch zonde, want al was Duits niet ‘hip’ op de middelbare school, nu zou ik er veel geld mee kunnen verdienen bijvoorbeeld door mijn trainingen in Duitsland te kunnen geven. Ik heb geluk gehad, de hoeveelheid middelmatige leraren viel mee en ik had ook het geluk van hele goede leraren te hebben. Mensen die me tot op de dag van vandaag inspireerden. Vaak ook trouwens goede docenten muziek of martial arts of hele andere disciplines die je niet op een middelbare school of universiteit tegenkomt.
Onderzoekers hebben becijferd wat de waarde is van goede docenten voor de maatschappij. Dat is nogal wat: 400.000 dollar per jaar per goede docent. Tijd om de salarissen van docenten eens echt op te krikken. Veel goede mensen zijn de afgelopen 20 jaar uit het onderwijs vertrokken omdat ze elders meer verdienen (en dus meer status kregen). Stel dat we besluiten de salarissen van docenten te verdubbelen (dan wel gekoppeld aan kwaliteitseisen, en dan niet van die onzinnige anglo-saxische kentallen, maar reële kwaliteitseisen aan een docent), dan is dat nog een FRACTIE van de opbrengsten. Veel meer dan wat -zeg een bankdirecteur – de maatschappij oplevert. Het is echt krankzinnig. Ik geef wel eens les op een HBO of Universiteit, maar voor mij geldt dat ik daar 1/3 tot 1/5 per uur betaald krijg in vergelijk met ander werk dat ik doe. Het blijft dus een leuke hobby, dat lesgeven en dat zou niet zo moeten zijn.
Zie ook: http://www.nrc.nl/nieuws/2010/12/22/goede-docent-is-jaarlijks-400-000-dollar-waard/
Heel lang geleden had ik het voornemen om al mijn gloeilampen te vervangen door spaarlampen en ledlampen. Het bleek iets lastiger dan ik toen dacht maar vandaag heb ik mijn laatste gloeilamp vervangen door een dimbare spaarlamp van Megaman. Nou ja, 1 setje IKEA spotjes kan ik nog niet door leds vervangen, omdat IKEA zo zijn eigen maatvoering heeft. Maar op die ene lamp na… (en ik verwacht dat IKEA ook snel met een groener alternatief komt voor dit spotje, want IKEA heeft zijn strategie vergroend en is systematisch zijn assortiment aan het verduurzamen, dus dat komt wel goed). Inmiddels zijn er een hoop alternatieven voor gloeilampen op de markt en niet meer alleen voor de gewone grote en kleine fitting, maar ook voor insteekfittingen (G4, G11 e.a.), voor dimbare lampen, voor spiegelkoplampen. Eigenlijk voor bijna alle maten en soorten is er nu wel een LED en/of spaarlamp variant.

Deze G4 led lamp paste mooi in een spotje van me en bracht het ernergiegebruik van 10 Watt terug naar 1,3 Watt (klik op het plaatje als je wilt weten waar ik hem kocht).
Als je zoekt op het web vindt je een hoop aanbieders van ledlampen. Conrad heeft een uitgebreid assortiment, maar is ook wat lastig te doorzoeken. Eigenlijk kan je het beste naar een goede lampenwinkel, doe het zelf of elektronicawinkel gaan zodat je de lampjes ook kunt bekijken. Je moet namelijk wel letten op de kleur (warmwhite ipv ‘blauw’ wit) en ook op de sterkte. Sommige LED lampen zijn net iets te zwak in hun lichtsterkte. Een winkel waar je kunt ruilen is het beste natuurlijk.
Beter dan sparen, zelfs beter dan beleggen
Afhankelijk van hoeveel uur per dag een lamp gemiddeld brandt, bespaar je zo’n 10-15 euro per jaar per lamp. Alhoewel led lampen duurder zijn dan spaarlampen, zijn ze toch meestal voordeliger, omdat ze veel langer meegaan dan spaarlampen. Stel dat je 100-200 euro uitgeeft om je gloeilampen te vervangen, je hebt dat binnen 2 jaar terugverdiend. Dat rendement haal je niet op geen enkele spaarrekening, zelfs niet met een beleggingsfonds. Mede door het uitbannen van alle gloeilampen was afgelopen jaar mijn electiciteitsverbruik maar 900 kWh, terwijl mijn wasmachine toch vaak draait omdat ik kleine kinderen heb. Gemiddeld voor een Nederlands gezin is het verbuik 3400 kWh. Ander resultaat was dat ik 500 euro terugkreeg van mijn energieleverancier. Prettig toch!
Dus
Het driestappenplan om je energieverbruik drastisch omlaag te brengen (en dus je milieuvervuiling en kosten) ZONDER echte moeite of aanpassing van je ‘lifestyle’ is:
1. Vervang al je gloeilampen voor ledlampen en spaarlampen. (alleen de lampjes die bijna nooit aangaan zoals in je gangkast en die op de zolderberging kan je gerust gloeilamp laten zijn).
2. Stap over een echte groene energieleverancier. Niet alle groene stroom is even ‘groen’. Heel goed als je groene stroom afneemt van bijvoorbeeld NUON, maar dat bedrijf is daarnaast gewoon bezig met het bouwen van kolencentrales, dus tja..ik wil mijn geld niet naar zo’n bedrijf brengen. Een goed bewijs of je groene leverancier echt groen is, is het milieukeurmerk. Er zijn eigenlijk maar 2 leveranciers die er aan voldoen op dit moment: Windunie en Greenchoice.
3. Stap over naar een groene bank: ASN bank of Triodos . Misschien is dit wel de meest effectieve actie uit de top 3. Ik heb dit gedaan en de overstapservice van banken maakt dit heel gemakkelijk.
Simpel toch?
EDIT: er is nu ook een stap 4: je eigen zonnepanelen, die net zo goedkoop stroom leveren als je stopcontact: lees er hier meer over. Jammer dat ik niet genoeg ruimte op mijn dak heb (ik woon in een flat).
Vooraankondiging: op 31 maart start de volgende gamescool voor leraren en iedereen die games wil maken met jongeren. Meer info en inschrijven op www.gamescool.nl
Een paar weken geleden was ik bij een bijeenkomst georganiseerd door de KNAW over serious games. Een van de sprekers was David Shaffer, die vertelde over hun projecten en onderzoek naar wat ze zelf “Epistemische Games” noemen. In zijn betoog was een stuk dat ik opmerkelijk vond: Bij een game die gespeeld werd met jongeren van een jaar of 15 oud moesten de jongeren met elkaar een virtuele stad runnen. In die stad is een groot probleem, namelijk afval (klinkt net echt, niet?). Er is te veel afval en de stortplaats is vol.
Voorafgaand aan het spel werd de kennis van de spelers gemeten door interviews. De gemiddelde speler zou iets roepen als:
“ze moeten maar een nieuw gat zoeken om het afval in te gooien”.
Ik word altijd een beetje mismoedig als mensen de woorden “ze moeten” gebruiken. Wie zijn die “ze” dan? Kennelijk had de speler voor het spelen een wat simplistisch idee over een complex probleem als afval. Maar (en dit vond ik briljant) na het spelen zei die speler (onvertaald):
Okay, well, first of all, they should have not closed down the recycling plant. They could have cut other stuff, or they could’ve raised taxes to increase revenue….I think they should keep a recycling plant because they should be helping to reduce the amount of waste…They could export the trash, but then that would cost a lot more money too, and they’re making budget cuts….I’d say fundraising…You could rent the fairgrounds, charge for parking, and they can get a certain percentage from the fair people.
Allereerst zou je kunnen zeggen dat de speelster (het was een zij in dit geval) een enorme stap heeft gemaakt in haar taalniveau. Misschien werkt zo’n game wel beter voor taalontwikkeling dan het eindeloos drillen van taaloefeningetjes gemaakt in een programma als Hot Potatoe (zie ook mijn post over leerstijlen). Mooi meegenomen, maar daar ging het niet om in deze game. Waar het wel om gaat is dat we zien dat de speelster na het spelen van de game in staat is om op een hoger niveau te denken over een complex probleem als het afval in de stad. Ze heeft over technologie, over economie over belangen van mensen en mogelijke oplossingsrichtingen. Ik wil niet zeggen dat ze ‘het goede antwoord weet’ maar er is veel meer nuance en diepgang in haar denken ontstaan.

Afval in Napoli. Bron: http://www.nowpublic.com/napoli_has_a_rubbish_collection_problem_
Games voor Henk en Ingrid
Het ging er de makers van de game niet om om stadsplanners, burgemeesters of directeuren van afvalbedrijven op te leiden. Wel om jongeren een beter denkkader en kennisniveau over een complex stedelijk probleem te geven. Deze aanpak zou wel eens de manier kunnen zijn om complexe problemen (waar ‘de’ oplossing niet voor bestaat) te bespreken met kiezers of belangengroepen.
Ik ken wel wat problemen waar meer diepgang en nuance bij gewenst is in de discussie en aanpak:
de fileproblemen in Nederland
het opraken van aardolie en aardgas (nog 20 jaar maar te gaan in NL!)
wat te doen met de woningmarkt, scheefwonen en villatax
hoe het zit met inflatie, geldcreatie en onze economie (zie bv deze uitleg)
innovatie en de staat van ons onderwijs
klimaatverandering en biodiversiteit
vergrijzing en pensioenen
enzovoort
Voor wie meer wil lezen over epistemische games: http://epistemicgames.org/ en het boek van David Shaffer.
Technika 10 is helaas gestopt, maar ze hadden wel mooi gratis lesmateriaal voor beginnende gamemakers. Op de website www.gamemakerkids.nl stond het allemaal, maar deze website bestaat helaas niet meer. Omdat het materiaal onder een open source licentie was gemaakt en uitgegeven, heb ik besloten om op www.gamescool.nl het materiaal weer beschikbaar te maken. Zodat het niet verloren gaat. De precieze link naar de gamemakerkids lesbrieven is:
http://www.gamescool.nl/downloads/GameMakerLesmateriaal.zip
Voor het maken van animaties had Ari Feldman een aardig boek geschreven, wat nu wat gedateerd is en bovendien in het Engels. Samen met Ruby Urlings, gamestudente aan de HKU en Jan van Arkel, beeldend kunstenaar EN een van de eerste Gamescool gediplomeerden heb ik hoofdstuk over hoe je animaties maakt voor games vertaald naar het Nederlands en wat geupdate. Het document gebruiken we bij de Gamescool maar is voor iedereen onder de creative commons licentie te gebruiken.
Hier staat het:
http://www.gamescool.nl/downloads/2DAnimatiesInGames.pdf
Veel plezier ermee!
[EDIT]: ik vergeet er nog een. Het boekje “Start Here” dat ik een paar jaar geleden schreef voor Kunstfactor is nu ook gratis online beschikbaar (met dank aan Kunstfactor). Een algemeen boekje over de do’s en dont’s van beginnende gamebouwers. Te vinden op www.gameskool.nl (niet te verwarren met www.gamescool.nl, dat is de lerarenopleiding.)
Bericht:
Bent u als ontwikkelaar of als (potentiële) opdrachtgever geïnteresseerd in toegepaste/serious games?
Kom dan naar één van de kosteloze sessies van het Expertisecentrum Games en Game-Design tijdens Game in the City op vrijdag 19 november!
Op vrijdag 19 november organiseert het Expertisecentrum Games en Game-Design tijdens de workshopdag van het Game in the City congres in Amersfoort twee sessies: één voor opdrachtgevers, en één voor ontwikkelaars.
Bent u ontwikkelaar van toegepaste games, en wilt u in een open discussie met vakgenoten ingaan op obstakels en oplossingen in het ontwikkelproces? Kom dan vrijdag 19 november van 13.15-14.15u naar de paneldiscussie ‘Toegepaste Games: Trials en Tribulations’, die voor en met ontwikkelaars wordt georganiseerd. Doel van deze sessie, gemodereerd door de HKU vanuit het Expertisecentrum Games en Game-Design, is samen met ontwikkelaars sparren over toegepaste games. Samen met een panel van experts zoomen we in op een aantal pitfalls die in de ontwikkelpraktijk vaker voor lijken te komen. Waar lopen ontwikkelaars van toegepaste games tegenaan? Hoe zou je obstakels kunnen oplossen? Hoe pakken anderen dat aan?
Wilt u een game laten ontwikkelen, maar weet u niet goed waar te beginnen? Wilt u graag inzicht in de globale stappen van het ontwikkelproces, of heeft u juist een specifieke vraag waar u tegenaan loopt? Kom dan vrijdag 19 november van 14.15-15.15u naar de sessie ‘Toegepaste Games: Golden Rules voor (Potentiële) Opdrachtgevers’, die door het Expertisecentrum Games en Game-Design wordt georganiseerd. In deze workshop wordt uitgelegd waar u als opdrachtgever rekening mee moet houden bij het laten ontwikkelen van toegepaste games, en krijgt u een crash-course vraagarticulatie om uw wensen en verwachtingen in kaart te brengen. Deze sessie wordt geleid door TNO.
Beide sessies zijn kosteloos toegankelijk; het is niet noodzakelijk u apart in the schrijven via Game in the City. Het is echter wel noodzakelijk om u aan te melden bij Eva Nieuwdorp, projectleider voor de gaming sector bij TFI, via en AT taskforceinnovatie.nl.
Het project Expertisecentrum Games en Game-Design is een samenwerking tussen TFI, de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht en TNO, en wordt via het Pieken in de Delta programma ondersteund door de gemeente Utrecht, de provincie Utrecht, de gemeente Amersfoort en het ministerie van Economische Zaken.
Electronische leeromgevingen had je vroeger in 2 smaken. LMS en LCMS systemen. Learning Management Systems waren gebouwd om vooral de logistiek van de leerlingen te regelen (de rapportcijfers, roosters, lokalen, documenten over leerlingen, enzovoort), Learning Content Management systemen waren ontworpen om educatieve content (lesmateriaal) digitaal aan te bieden. In de loop van de tijd zijn de systemen naar elkaar toe gegroeid en spreekt men van ELO’s (electronische leeromgevingen). Alhoewel naar elkaar toegegroeid…afkomst verloochent niet.
ELO projecten: Moodle versus Magister versus Studieweb
Afgelopen jaar was ik betrokken bij een aantal ELO implementaties op middelbare scholen. Bij sommige scholen werkten we met Moodle en op andere scholen met systemen die oorspronkelijk gemaakt waren voor de schooladministratie en leerlingen-logistiek en nu uitgebreid zijn met content management. In dit geval was het Magister en Studieweb. Als je dan je digitale lessen gaat bouwen, merk je een groot verschil. In Moodle, dat ontworpen is voor docenten om op vele manieren digitaal les te geven heb je een pallet van mogelijkheden. Van lesje-testje tot veel interactievere modules zoals het zelf opnemen van video’s met je webcam en het inspreken van je taal-uitspraak-oefeningen. En als je dan nog iets mist kun je je eigen mod (laten) bouwen.
SCORM is niet genoeg…
Bij de andere systemen liepen we vooral tegen beperkingen op. Je had de mogelijkheid om als docent je Word (of ander Office) document te uploaden (nou nou, wat een progressie in de digitale wereld!) of een Scorm file te bekijken. Scorm is aardig als standaard maar tsjonge wat beperkt! Door middel van diverse auteurstools kun je je eigen digitale lesje in Scorm maken…als het maar tekst + plaatje + meerkeuze vraagje is. Verder niets! Niets geen groepswerkmogelijheden, niets geen uploaden van eigen digitale content gemaakt door leerlingen noch portfolio’s bouwen of reageren op elkaars werk, geen groepsbrainstorm noch teksten inspreken of video’s opnemen, geen intelligente toetsing die verder gaat dan goed/fout. Scorm is leuk als je tekstje + plaatje + meerkeuzevraag digitaal wilt aanbieden. Vooral als je dat wilt doen op verschillende ELO’s (want ze ondersteunen allemaal Scorm), maar wil je iets interactievers of creatievers met je leerlingen doen, vergeet Scorm!
En dan merk je wel het verschil of je als school voor een systeem hebt gekozen dat oorspronkelijk als administratiesoftware is begonnen of voor software, zoals Moodle, die ontworpen is om digitale lessen mee te maken en geven. Kijk als voorbeeld eens naar een hoofdstuk uit het boek “Learning a second language with Moodle” . Wat een variëteit aan digitale werkvormen kun je creëren met Moodle. Nogmaals, dat kun je niet met SCORM en dus ook niet met ELO’s die hoofdzakelijk een Scormviewer aanbieden om je lessen in te vormgeven.
Keuze voor een elo
De keuze voor een elo moet daarom bij de docenten liggen, waarbij systeembeheer natuurlijk wel een stem mag hebben. Maar de belangrijkste vraag is: wat willen de docenten met de ELO gaan doen? Wat kunnen ze ermee?Daar wringt natuurlijk wel de schoen een beetje. Want als je de mogelijkheden van systemen niet kent, dan val je waarschijnlijk snel terug op het uploaden van lesjes in Word (of Scorm). Terwijl er zoveel meer mogelijk is, ook meer dan de voorbeelden die je hier ziet.
Ik kan alleen maar zeggen: ga op zoek naar materiaal en voorbeelden van goede digitale lessen. Als je taaldocent bent, kijk dan eens naar eerder genoemd boek. Ga na workshops, of naar Moodlebijeenkomsten. Doe een ICT cursus, lees interessante weblogs. Word een digitale lesbouwer! Je leerlingen verdienen het!
Mijn trouwe lezers weten dat het een van mijn interesses is: hoe kan je interactieve media (incl. games) inzetten om verandering in te zetten. Is dit medium een krachtige manier om hogere doelen te bereiken? Kan je mensen bewegen om gezonder te eten, socialer te zijn, minder energie te verspillen, jouw politieke programma te steunen, minder vlees te eten, enzovoort? Ik zie wel wat mogelijkheden, zie mijn gedachten hierover in deze eerder post.
Voor wie dit thema ook interessant vindt, de KNAW organiseert een (gratis) syposium over dit onderwerp:
Symposium ‘Game design voor maatschappelijke verandering’
21 oktober 2010
14.00 uur – 17.00 uur
Locatie: KNAW, Kloveniersburgwal 29, Amsterdam
inschrijven en info: http://www.knaw.nl/gaming
De kracht van de kudde
Een interessante ontwikkeling is het inzetten van sociale media voor het bereiken van verandering. Hoe vaak verzuchten mensen niet: “ik zou wel iets willen doen (voor dierenwelzijn, voor het milieu, biodiversiteit, of iets dergelijks) maar ik ben dan de enige. En als ik wat doe in mijn eentje dat heeft geen enkele zin, dus doe ik maar niets”. Het is zo dat als we bijvoorbeeld iets willen doen voor het milieu, dat het veel meer impact heeft als een grote groep een kleine stap maakt, dan dat een paar pioniers hele grote stappen maken. Liever 10.000 mensen die een spaarlamp indraaien, dan 10 mensen die zonnecellen plaatsen op hun dak. En daar blijken de sociale media
krachtig. Greenpeace kreeg Nestle door middel van tienduizenden emails zover om geen zaken meer te doen met een grote oerwoud vernietiger.
Dat is mooi, maar wat ik nog charmanter vind is het Treemagotchi initiatief.
Treemagotchi komt elke twee weken met een actie initiatief, waarbij de deelnemers (meer dan tienduizend al!) zelf een (kleine of grotere) actie doen om iets (kleins of groots) te veranderen waardoor het milieu gespaard wordt. Variërend van installeren van een inktbesparend font tot en met het overstappen naar een milieubewuste energieproducent of bank. Treemagotchi is eigenlijk een digitale boom planten (hierboven zie je mijn boom, die nog wat kaal is, geef ik direct toe) en elke keer als je een actie gedaan heb, wordt je boom wat voller. De onderliggende principes komen goed overeen met de meest recente kennis van motivatietechnieken, zoals het effect van een grote groep (kuddegedrag), het effect van een community en commitment en het delen van (nieuwe) waarden. Dat het helemaal niet hip is om auto te rijden bijvoorbeeld. In dat kader vind ik de vormgeving van Treemagotchi wat minder, het schurkt erg tegen de geitenwollensokken designs aan van organisaties als Milieudefensie en andere rudimenten uit de eerste groene golf. Het is juist de bedoeling dat de nieuwe generatie die het liefst rondloopt in een iApple design zich aangesproken voelt. Maar dit terzijde.
En nu?
Ik zou natuurlijk niet de idealist zijn die ik ben als ik niet zou besluiten met een tip die jij kan doen in 10 minuten, waardoor je een groot verschil maakt:
Wissel van bank. Er zijn twee banken die milieubewust acteren: Triodos en ASN. Overstappen gaat heel makkelijk, ik heb het gedaan, ook voor mijn zakelijke rekening en ik kan zeggen de overstapservice werkt erg goed. Het is de makkelijkste actie die je kunt doen en zonder verder enige moeite of aanpassing van levensstijl van jezelf bespaar je een enorme berg energie, milieu, dieren en mensenleed.En dan heb ik het nog niet gehad over die belachelijke salarissen en bonussen.
Reken maar dat het werkt! Ik heb een vriend die bij een grootbank werkt en daar maken ze zich steeds meer zorgen over de overstappers naar groene banken. Daardoor zijn er nu allerlei groene initiatieven op zijn werk gaande van groene inkoop tot het ontwikkelen van nieuwe groene belegginsfondsen. Vroeger spraken we over zijn nieuwe en grotere leaseauto’s (meervoud u leest het goed!) die hij kreeg van de bank, nu praten we over de groene acties op zijn werk. Is toch een stuk interessanter.
1 oktober start de tweede groep gamescool studenten. Een opleiding voor leraren, docenten, jongerenwerkers en iedereen die serieus iets met games wil doen. Schrijf je nu in. Meer info op www.gamescool.nl (of stuur me een mailtje als je een vraag hebt).
(en ja die kale plek is op mijn hoofd).